Het stof van Prinsjesdag is inmiddels neergedaald, maar de cijfers uit het Belastingplan 2027 beginnen nu pas goed door te dringen. De Tweede Kamer stemt half november, de Eerste Kamer rond medio december, en dan ligt vast wat er in januari op jouw loonstrook verandert. Het korte antwoord: de belasting gaat omhoog, maar er wordt ook teruggegeven. Wie wint en wie verliest, verschilt per inkomen.
De belastingtarieven stijgen, en daar zit een rare reden achter
Het tarief in de eerste belastingschijf gaat van 35,75% naar 36,23%. De tweede schijf stijgt van 37,56% naar 38,16%. Op het eerste gezicht lijkt dat een bewuste lastenverzwaring, maar de achtergrond is minder logisch dan je zou denken. De verhoging was oorspronkelijk bedoeld om de halvering van het eigen risico in de zorgverzekering te financieren. Die halvering gaat nu niet door, maar de belastingverhoging staat er nog wel. Een deel van de opbrengst, de zogeheten "vrijheidsbijdrage", gaat naar extra defensie-uitgaven.
Daar komt nog iets bij: normaal worden de grenzen van de belastingschijven elk jaar meegeïndexeerd met de inflatie. Voor 2027 doet het kabinet dat in de eerste schijfgrens maar voor 48% en in de tweede schijfgrens helemaal niet. Dat betekent dat je sneller in een hogere schijf terechtkomt dan je op basis van je looninflatie zou verwachten.
De arbeidskorting gaat omhoog en vangt een deel op
Tegenover de hogere tarieven staat een hogere arbeidskorting. Het maximum stijgt met €173, van €5.685 naar €5.929. Die korting bouwt af vanaf een inkomen van ongeveer €47.834 en is helemaal verdwenen bij circa €138.900. Verdien je rond het modale inkomen, dan compenseert deze verhoging een flink deel van de hogere tarieven. Zit je boven die afbouwgrens, dan voel je vooral de tariefstijging, zonder dat de arbeidskorting nog iets terugdoet.
Voor mensen boven de AOW-leeftijd geldt een tegenovergestelde beweging. De ouderenkorting daalt van €2.067 naar €1.993, dus die groep profiteert minder van compensatie dan werkenden onder de AOW-leeftijd.
Een voorbeeld: wat betekent dit in euro's
Abstracte percentages zeggen weinig zonder een rekenvoorbeeld. Verdien je bruto €3.500 per maand, dan komt daar volgens eerste berekeningen van fiscale adviseurs in 2027 ongeveer €2.880 netto van over. Dat is een voorlopige schatting, want de definitieve cijfers volgen pas na de parlementaire behandeling, maar het geeft een indicatie van waar je op uitkomt bij een gemiddeld salaris. Verdien je fors meer, dan werkt de rekensom anders uit: de hogere tarieven in de tweede schijf raken elke euro boven de schijfgrens, terwijl de arbeidskorting op dat inkomensniveau al grotendeels is afgebouwd. Je houdt dan relatief minder over van elke loonsverhoging dan iemand met een modaal inkomen.
Een kleine meevaller voor wie veel reist voor werk: de onbelaste reiskostenvergoeding gaat ook omhoog in 2027. Rij je veel naar klanten of tussen kantoren, dan kun je die vergoeding met je werkgever bespreken als onderdeel van je arbeidsvoorwaarden, los van je bruto salaris.
Verdien je meer dan 80.000 euro, let dan extra op
Het pakket bevat ook een collectieve lastenverhoging van €750 miljoen die specifiek neerkomt op mensen met een inkomen boven de €80.000 bruto. Zit je in die categorie, dan is het slim om nu al te kijken of je aftrekposten of pensioenruimte optimaal benut, in plaats van te wachten tot de jaaropgave van 2027 op de deurmat valt. Werk je als zzp'er en verdien je in die buurt, dan is de verruimde pensioenaftrek voor zelfstandigen een manier om een deel van die extra last fiscaal te verzachten.
Wat betekent dit voor je koopkracht
Het Centraal Planbureau rekent voor 2027 op een gemiddelde koopkrachtdaling van 0,1%. Dat is geen dramatisch cijfer, maar het is wel een ander beeld dan de afgelopen jaren, waarin koopkracht vaker licht steeg. Lage inkomens gaan er volgens die berekening gemiddeld 0,2% op vooruit, en ouderen 0,3%, terwijl modale en hogere inkomens het gemiddelde naar beneden trekken. Met andere woorden: de pijn van dit pakket zit vooral bij werkenden met een inkomen tussen modaal en twee keer modaal, niet bij de laagste inkomens.
Belangrijk om te onthouden: dit zijn nog voorlopige cijfers. Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer, en in de praktijk verschuiven percentages soms nog een fractie tijdens de behandeling. Voor de definitieve bedragen die voor jou gelden, is de informatie van de Rijksoverheid de meest actuele bron zodra het plan is aangenomen.
Zo bereid je je nu al voor op januari
Je kunt nu al een paar dingen doen zonder op de definitieve cijfers te wachten. Check in januari je eerste loonstrook van 2027 en vergelijk die met december 2026, zodat je meteen ziet of de nieuwe tarieven en de hogere arbeidskorting goed zijn doorgevoerd. Werk je in loondienst en denk je dat je salaris achterblijft bij de markt, dan is dit een logisch moment om het gesprek aan te gaan: hoe je dat gesprek het beste voorbereidt, lees je in ons eerdere artikel. En mocht je werkgever liever niet vertellen wat collega's verdienen, onthoud dat de regels rond loontransparantie ook in jouw voordeel kunnen werken bij die onderhandeling. Een paar minuten rekenwerk nu voorkomt een vervelende verrassing in februari.